"pajamakameel" en "grootvoetbees" in Zuid-Afrika

Minke Smits-Steintjes on 20 April 2020

Deel dit:

Het Afrikaans is een hele leuke en grappige taal! Ik zelf stel het altijd erg op prijs als toeristen een paar woordjes Nederlands kunnen, dus zelf leer ik ook altijd een stel woorden in de lokale taal om te gebruiken tijdens de gespreken met lokale inwoners.

Het huidig gesproken Afrikaans is ontstaan uit de 17e eeuwse Oudhollandse spreektaal, inclusief de Vlaamse invloeden. In 1652 stichtte Jan van Riebeek, namens de VOC, een verversingspost op Kaap de Goede Hoop. Dit was het begin van de Afrikaanse taal, dat de rondtrekkende boeren hebben vereenvoudigd tot het huidige Afrikaans.

Veel plaatsnamen zijn een samenstelling van Nederlandse woorden, zoals Welgevonden, Knorhoek, Warmbad, Rooipoortjie, Oorlogspoort, Soutpan, Tietiesbaai, Langverwacht en Volmoed. En in deze plaatsen vind je dan o.a. de straatnamen Helpmekaar straat, Suikerbossie rylaan, Jordaan straat, Keeromstraat, Afmarsweg en Keerweder straat.

Enkele Afrikaanse woorden die tijdens een rondreis goed van pas komen zijn:

baie dankie = dankjewel

samblief = alsjeblief

dagsê = goedendag

naandsê = goedenavond

En natuurlijk kunnen de dierennamen die tijdens een safari gebruikt worden niet ontbreken: bobbejaan = baviaan

grootvoetbees = olifant

kameelperd = giraffe

kraagmannetjie = leeuw

plantvreter = herbivoor

verkleurmannetjie = kameleon

pantserhond = krokodil

renoster = neushoorn

rivierperd = nijlpaard

erdmannetjie = stokstaartje

pajamakameel = zebra

Wil je nou nog Afrikaans leren, lees dan het boek Afrikaans met een Knipoog voor de leukste woorden, uitdrukkingen en zegswijzen van de Afrikaanse taal.

Deel dit:

Terug Naar Boven