De mooiste contrasten van Zuid -Thailand

10 September 2018

Tekst en fotografie: Sophie van der Wansem

Het is november als ik afreis naar het zuiden van Thailand. Zon, zee en strand, met deze verwachting stap ik het vliegtuig in. De vlucht met Emirates van Amsterdam naar Phuket is absoluut geen straf. De stoelen zijn comfortabel, het vliegtuig muisstil, het entertainmentsysteem uitgebreid en het eten is goed. Maar genoeg over het vliegtuig, het gaat immers om Zuid-Thailand! In zeven dagen worden mijn verwachtingen keer op keer overtroffen. Zuid-Thailand is zoveel mooier, bijzonderder, verrassender, maar vooral afwisselender dan ik had gedacht.

Zon, zee, strand en het nachtleven van Patong Beach
Thailand staat bekend als ‘het land van de glimlach’ en als ik in Phuket word opgehaald door onze vriendelijke  gids Kitty, kan ik niets anders dan deze slogan beamen. Kitty zet mij af in Patong Beach waar de temperatuur, zo net na het regenseizoen, goed te doen is. Patong Beach is een droombestemming voor wie van een strandvakantie houdt. Met het drie kilometer lange zandstrand, de ruime keuze aan fijne resorts en de prachtige Andamanse Zee, kun je hier heerlijk ontspannen.

Ik kies er echter voor om ontspanning te combineren met wat actie en boek een snorkeltour. Met een speedboot vaar ik naar de eilandjes Khai Nui en Khai Nok. Bij Khai Nui spring ik het water in. Nadat ik een tijdje de onderwaterwereld heb mogen bewonderen, klim ik weer op de boot. Hier staat vers fruit en een verkoelend drankje op mij te wachten. We vervolgen onze weg naar Khai Nok, een toeristisch eilandje. Op het eiland heb je een marktje waar je van alles kunt kopen. Zo ook de doerian, ook wel stinkfruit genoemd door de penetrante geur. Al is dit exotische fruit erg populair in Thailand, ik besluit om deze keer over te slaan. Je kunt op Khai Nok fijn zonnen en mensen kijken en dat is ook wat ik een tijdje doe. Druk is het er wel, maar dat neemt niet weg dat het een prettig plekje is om een ochtend door te brengen. Na Khai Nok varen we terug naar het vaste land, waar ik geniet van mijn eerste Thaise lunch. Hier kan ik wel aan wennen!

’s Middags neem ik een duik in het zwembad van mijn resort en maak ik mij klaar voor het nachtleven van Phuket. Ik besluit de populaire Bangla Road op te gaan en ik kan één ding met zekerheid zeggen: het is een ervaring die je niet snel zult vergeten. Je kijkt je ogen uit, of beter gezegd, je hebt geen idee waar je moet kijken. Het is druk, je hoort overal muziek, ziet allerlei gekleurde neonlampen, kunt geen stap verzetten of je wordt aangesproken door straatverkopers of

proppers, het houdt niet op. De bars, discotheken en souvenirwinkels zijn deels in de buitenlucht waardoor je vanaf de straat al een goede indruk krijgt van wat er te beleven valt. Om een tipje van de sluier op te lichten, je ziet paaldanseressen, mannelijke en vrouwelijke strippers, maar ook de welbekende ladyboys. Hoewel de sfeer gezellig en uniek is, ga ik met gemengde gevoelens terug naar het resort. Thailand heeft vele gezichten en dit is er één van. Onder de indruk val ik in slaap.

Olifanten en de weelderige jungle van Khao Sok
De volgende dag sta ik vroeg op om richting de jungle van Khao Sok te vertrekken. Tijdens de autorit van 3,5 uur verandert de omgeving al snel van de vele restaurantjes, winkeltjes en het drukke uitgaansleven, naar de rust van de jungle. Wat een contrast met de schreeuwerige Bangla Road! Bij aankomst in het tentenkamp van Elephant Hills valt mij meteen de gemoedelijke sfeer op; aan de lange picknicktafels wordt de lunch geserveerd, terwijl de gasten gezellig met elkaar kletsen. Ik ontvang de sleutel van een van de rangers en loop door de jungle naar mijn tent. Als ik bij mijn tent aankom, weet ik het zeker, hier wil ik langer blijven. Voor de tent staan twee uitnodigende stoeltjes en aan de zijkant spot ik een hangmat. Ik rits mijn tent open en ben blij verrast. Het is er een en al luxe met een mooie badkamer en helemaal ingericht in de sfeer van de jungle.

Niet veel later is het dan eindelijk zover: op naar de olifanten. Hier kijk ik al de hele reis naar uit. Voordat we vertrekken in een stoere vrachtwagentruck, krijg ik een echte ranger outfit-aan, hoe leuk! We stappen uit en in de verte zie ik de olifanten al staan, omgeven door de prachtige natuur en natuurlijk door de: ‘Elephant Hill’. Een enorme berg waar je een olifant in kunt herkennen, vandaar ook de naam. De rangers geven ons uitleg en instructies. Ondertussen komen de olifanten nieuwsgierig kijken. De olifanten van Elephant Hills zijn door de organisatie opgevangen nadat ze verstoten zijn door dierentuinen of de natuur. Elke olifant heeft zijn eigen ranger naar wie ze luisteren en die ze vertrouwen. Nadat de uitleg is afgerond, lopen we naar de modderpoel waar de olifanten heerlijk aan het poedelen zijn. Niet veel later mag ik de olifanten wassen, een geweldige ervaring. Vervolgens ga ik de olifanten voeren, maar niet voordat ik hun maaltijd heb klaargemaakt. Op een lange tafel vol met fruit liggen grote hakblokken met hakmessen. Ik mag de ananassen, bananen en het suikerriet in stukjes hakken. Ik moet toegeven dat dit al een belevenis op zich is. Met mijn mand vol lekkers loop ik naar de olifanten die al op mij staan te wachten. Met hun slurf pakken ze het eten uit mijn hand, maar ze zijn kieskeurig! Ze eten eerst wat ze het lekkerst vinden, de rest bewaren ze voor later. Ik zou er de hele dag kunnen blijven, maar het is tijd om te gaan kanoën.

Nou ja kanoën, ik laat mij varen over de Sok Rivier. En dat is maar goed ook, want ik heb het veel te druk met om mij heen kijken! De rivier is gelegen midden in de jungle en is met de hoge bomen en bergen erg indrukwekkend. Ondertussen probeer ik dieren te spotten. Mijn ervaren schipper weet ze als geen ander te herkennen en wijst ze één voor één aan. Ik zie aapjes, slangen, vogels een padden. Het is een mooie tocht, waarbij je eigenlijk niets wilt zeggen en alleen maar in stilte wil genieten van het natuurschoon. Dat doe ik dan ook het grootste gedeelte van de tijd.

Terug in het kamp is het al tijd om te eten, het is namelijk een speciale avond. In Thailand vieren ze in november op de avond voorafgaande aan volle maan ‘Loi Krathong’, het Thaise feest van het licht. Om dit te vieren treedt een groepje basisschoolkinderen op en laten ze ons traditionele Thaise dans zien. Als de maan opkomt, lopen we over een romantisch met kaarsjes verlicht looppad, richting de rivier. Hier leggen wij een zogenaamde ‘Krathong’ in het water. Krathong is een soort drijvend boeket, vaak in de vorm van een lotusbloem, gemaakt van bananenbladeren met daarop een kaars en wierrookstokjes. De wegdrijvende bloemstukjes nemen het ongeluk met zich mee; hoe verder je Krathong wegdrijft en hoe langer het kaarsje blijft branden, des te meer voorspoed en geluk je hebt in te toekomst. Er speciaal om mee te maken.

Het indrukwekkende Cheow Larn Meer
De volgende ochtend word ik uitgerust wakker van de geluiden van de jungle. Elephant Hills heeft naast het tentenkamp bij de olifanten ook een tentenkamp op het Cheoq Larn Meer genaamd Rainforest Camp. Als ik per longtail boat het meer op vaar, voelt het alsof ik in een foto terecht ben gekomen. Het wordt door velen gezien als een van de meest indrukwekkende meren van Thailand. Het meer, in mijn geval omgeven door mist, met in het midden allerlei eilandjes en begroeide bergketens is magisch. Onderweg kom ik nog een aantal Krathongs tegen van gisteravond (hopelijk de mijne, dat zou heel veel geluk en voorspoed betekenen). Na een flinke tocht komen we aan bij het Rainforest Camp. Ik was al onder de indruk van Elephant Hills, maar dit is echt ongelofelijk. Midden op het water, tussen de bergketens, zie ik een reeks tenten drijven, met aan elke tent een knalgele kano. We stappen uit de boot en lopen de drijvende ‘receptie’ binnen. Je hebt hier geen bereik, er is buiten kanoën en zwemmen weinig te doen en je hebt op de medegasten na niemand om je heen. Zelfs ik als frequent smartphone-gebruiker zou het hier heerlijk vinden. Ik heb maar een middagje op het kamp, dus stap na de lunch meteen in een kano. Ik drijf tussen de bergketens door, zo sprookjesachtig. De tijd vliegt voorbij en voor ik het weet zit ik in de boot terug. Op naar Khao Lak!

Paradijselijk Khao Lak
Weg uit de jungle, op naar weer een heel ander Thailand. Paradijselijk Khao Lak welteverstaan, klinkt al goed toch? Ik kom aan in mijn resort, neem een duik in het zwembad en geniet met een cocktail in mijn hand van het verkoelende water. ’s Avonds ga ik de stad in. Khao Lak-stad is een vrij uitgestrekt gebied waar een lange straat vol met winkeltjes, restaurants en bars als hart van de stad dient. Ik besluit te gaan eten, loop langs de vele straatkraampjes en kom al snel een erg leuk typisch Thais restaurantje tegen. Ik vraag de ober om zijn populairste gerechten te serveren en laat mij verrassen. De groene curry, kip, varkensvlees, Phat Thai en Pak Boong, veel te veel, maar zo lekker en ik ben inclusief drank niet meer dan €7 kwijt! Dan is het tijd voor een echt Thais Singha-biertje. Ik verlaat het restaurant en ga op zoek naar een leuk café. Lang zoeken hoef ik niet, aan de overkant hoor ik live-muziek en besluit te gaan kijken. Een band speelt Thaise muziek. Hoewel het in mijn oren apart klinkt, gaat het publiek helemaal los. Ik neem de tuk tuk terug naar het resort. Thaiser gaat het vandaag niet worden, denk ik!

De volgende ochtend maakt het paradijs ruimte voor iets serieuzers; ik bezoek het Tsunami Memorial Park. Het eerste wat ik zie is een politieschip, dat tijdens de tsunami in 2004 zo’n 2 kilometer uit de kust hier op het land terecht blijkt te zijn gekomen. Iets wat bijna niet voor te stellen is. Wanneer ik even later in gesprek raak met een Thaise man komt het ineens toch erg dichtbij. Hij laat mij foto’s zien van de immens hoge golf die meters boven de hoogste gebouwen uitkomt, kinderen met angst in de ogen en de verwoeste stad. Sprakeloos verlaat ik deze indrukwekkende plek.

Ik sluit mijn reis af in een paradijselijk resort waar ik vriendelijk word ontvangen met een kokosnoot. Het Tsunami Memorial verdwijnt, hoe cru ook, langzaam naar de achtergrond en ik geniet de hele dag van het heerlijke weer, prachtige strand en het smakelijke eten. ’s Avonds doe ik mee aan een yoga-klasje op het strand. Ik zie de zon ondergaan en kan niet anders dan even stilstaan bij dit geweldige land. De volgende dag staat een kookles op het programma. In een mum van tijd leer ik een aantal kleine Thaise gerechtjes te maken, nu kijken of het thuis ook nog lukt. De rest van de dag doe ik lekker helemaal niets, klinkt dat niet jaloersmakend?! Dat zon, zee, strand is er de laatste dag toch nog van gekomen...

Het zuiden van Thailand is voor mij een gebied met veel contrasten. De gezellige drukte (van het uitgaansleven) in Patong Beach, de prachtige groene jungle met zijn olifanten van Khao Sok waar je genoeg activiteiten kunt beleven, de rust van het Cheow Larn Meer en het paradijselijke Khao Lak met zijn levendige centrum. Die contrasten maken dit gedeelte van Thailand voor mij zo aantrekkelijk. De verschillende werelden op korte afstand van elkaar maken zo veel mogelijk. Je resort niet afkomen kan zeker ook, de resorts zijn werkelijk fantastisch, maar Thailand is te mooi om er niet op uit te gaan.

Hoteltips

Thailand met eigen ogen bewonderen? Vraag ernaar bij je persoonlijke Travel Counsellor.

Deel dit:


Travel Counsellors helpt dagelijks tientallen mensen met het creëren van reiservaringen om nooit te vergeten. Welke bestemming u ook in gedachten heeft, uw Travel Counsellor denkt graag met u mee.
Vind uw Travel Counsellor
Terug Naar Boven