Ga mee naar Georgië!

11 December 2018

Tekst & fotografie: Harmke Kraak

Georgië ligt in het Kaukasusgebergte, tussen Rusland, Turkije, Armenië en Azerbeidzjan in. Hoe bijzonder Georgië is, bleek wel uit het tv-programma Wie is de Mol? van dit seizoen. De gastvrijheid is er groot. Tbilisi is de moderne hoofdstad met mooie musea en een verrassende food scene.

Hoofdstad Tbilisi
De luchthaven van Tbilisi oogt modern. Het centrum van Tbilisi is deels achttiende-eeuws, de stad is vaak verwoest geweest. En er zijn sobere buitenwijken in Sovjet-stijl. Tot 1991 was het land bijna twee eeuwen in Russische handen. Architect Michele del Lucchi, een Italiaan, ontwierp een van de moderne eyecatchers van Tbilisi: de Bridge of Peace. Deze glazen Vredesbrug overspant de Mitkvari-rivier en contrasteert mooi met de oude stad. De brug is op loopafstand van ons logeeradres: het uitmuntende vijfsterrenhotel Ambassadori. Nog zo’n modern monument is de Sameba-kathedraal. Deze orthodoxe kerk dateert uit 2004 en is 70 meter hoog. Schitterend ook is het National Museum. Het ligt aan de Rustaveli Avenue, die begint bij het Vredesplein. We zien er verfijnde sieraden en objecten van goud. Sommige items dateren nog uit het derde tot eerste millennium vóór Christus! Aan dezelfde Rustaveli Avenue ligt het National Theatre met zijn interieur in rococostijl. Hier speelde zich een van de eerste afleveringen van Wie is de Mol? af. Tbilisi ontwikkelt zich razendsnel. Er verrijzen hippe restaurants, zoals het vegetarische Leila met eclectisch interieur. Tbilisi was ooit een belangrijke stad op de Zijderoute en is daardoor tolerant en een etnische mix.

Toast op de vrede
De traditie van wijn maken gaat er zo’n achtduizend jaar terug. Georgië is daarmee zo’n beetje het oudste wijnland ter wereld. Wat de Georgische wijnen zo bijzonder maakt is dat ze onder de grond rijpen in vaten van klei. Het is een geschikte manier om wijn te bewaren, omdat de klei mineralen afgeeft. Bij de maaltijd wordt veelvuldig een toast uitgebracht. De tamada is de ‘toast master’, degene die het ritueel in goede banen leidt. Want er gelden allerlei regels: zo is toasten met een leeg glas geen goed idee, en ook niet met water, tenzij er een drupje wijn in zit. We ervaren het zelf als we lunchen bij The Bread House in Tbilisi, waar de geur van versgebakken brood hangt. Het brood wordt in een traditionele oven gebakken. We zien de bakker aan het werk. Hij rolt het deeg en ‘plakt’ het tegen de binnenwand van een grote holle vuurpot. De broden rijzen in no time en komen dampend vers op tafel. In de tussentijd wordt de hele tafel volgebouwd met schalen. Er is aubergine-met-walnootpasta, ricottakaas-met-mint, gevuld kaasbrood, champignons, worst, dikke frites... Voor Georgiërs is elke maaltijd een feestje en de wijn ontbreekt bijna nooit. Gids Davit neemt het woord en toast op de vrede. Daarna heffen we nog wel tien keer het glas.

Vruchtbare vallei
Ook buiten de hoofdstad is er in Georgië allerlei bijzonders te vinden. We bezoeken een klooster dat dateert uit de zesde eeuw en sindsdien onveranderd is gebleven: het Dzjvari-klooster. Het is tegenwoordig overigens geen klooster meer, maar doet dienst als kerk waar huwelijken worden voltrokken. Klooster van het Kruis is de bijnaam. Die naam verwijst naar een dame uit Byzantium, Nino. Zij bracht het christendom naar Georgië. Tijdens haar tocht droeg ze een kruis in de vorm van een wijnrank met afhangende takken. Door aan de wijnbouw te refereren wist ze het volk voor zich winnen. Het klooster ligt hoog op een klif en staat op de Werelderfgoedlijst. Vanaf de klif zien we de oude hoofdstad Mtskheta liggen. In deze stad kijken we rond bij de vele souvenirstalletjes, met geëmailleerde sieraden, vrolijke sokken en handgeweven kleden. Op straat drinken we sand coffee, een soort Turkse koffie die in een cupje door een bak verhitte zandkorrels wordt gerold om hem warm te maken. Als we verder rijden, komen we door een vruchtbare vallei tussen het hoge en lage Kaukasus-gebergte. Het klimaat tussen de bergruggen is ideaal voor fruitteelt. Fruit is er in overvloed: appels, peren, aardbeien, frambozen... We bevinden ons nu in Centraal-Georgië. De highway waarvan we een stuk volgen, loopt door tot aan de stad Batumi aan de Zwarte Zee.

Zoete worst
We gaan ook naar Telavi, de grootste stad in wijnregio Kakheti. Wijnvelden en moerbeibomen vind je in deze streek. Om er te komen rijden we vanuit Tbilisi via de Gori-pas steeds hoger de bergen in, totdat we letterlijk in de wolken zijn. Het hoogste punt is 1620 meter. Er liggen nog restjes sneeuw. In het uiterste noorden van Georgië, bij de Russische grens, is het Kaukasus-gebergte nog veel woester. Daar zijn toppen van 5000 meter. We dalen af en komen door loofwouden met eiken, berken en kastanjes. In de herfst is het hier een en al kleurenpracht. Georgië is heel divers: naar de Zwarte Zee toe bijvoorbeeld, zijn er pijnboombossen. In Telavi kijken we rond op de bazaar. We lopen langs de kramen vol groente, kaas en ‘zoete worst’. Deze churchkhela bestaat uit walnoten die als kralen aan een touwtje zijn geregen en daarna in ingedikt druivensap zijn gedoopt. Vroeger was het soldatenvoedsel. Tot slot rijden we via de stad Gori – Stalin werd er geboren, er is een museum over hem – naar Ancient Cave Town Uplistsikhe. Het is een rotsplateau met grotten die vanaf de late bronstijd tot de dertiende eeuw bewoond waren. Ze vormden een van de eerste steden in Georgië. In de middeleeuwen werd er een kerkje gebouwd op de plek waar een zonnetempel stond. Vanaf het plateau zien we een prachtige zonsondergang. Met dat beeld nog in mijn hoofd stap ik aan boord van Turkish Airlines voor de terugvlucht. Business Class... Wat is dat fijn!

Tip
Georgische gastvrijheid
In de loungebar van hotel Ambassadori in Tbilisi hebben we een bijzondere ontmoeting. We drinken thee met Sandra Roelofs. Ze komt uit Zeeland en is de vrouw van de voormalige Georgische president Mikhail Saakasjvili. “Georgië heeft zoveel te bieden,” vertelt ze, “zoals natuurreservaten met een ongekende biodiversiteit.” Sandra roemt ook de keuken met al zijn variaties en vooral prijst ze de enorme gastvrijheid van de Georgiërs. In het westen van het land, waar havenstad Batumi ligt, zijn de mensen misschien nóg wel gastvrijer dan in het oosten. Sandra: “Elke gast wordt beschouwd als een geschenk van god en hoor je alles te geven wat hij wenst. Dat is iets waar alle Georgiërs mee worden opgevoed. Als je in het oosten iets krijgt aangeboden en je slaat het af, laten ze het erbij. In het westen blijven de mensen aandringen en nemen ze geen genoegen met een nee.” Lachend vervolgt ze: “De West-Georgiërs zeggen het zo: ‘De gast bepaalt zelf wanneer hij aankomt, maar wanneer hij weggaat, dát bepalen wij!’”

Deel dit:


Travel Counsellors helpt dagelijks tientallen mensen met het creëren van reiservaringen om nooit te vergeten. Welke bestemming u ook in gedachten heeft, uw Travel Counsellor denkt graag met u mee.
Vind uw Travel Counsellor
Terug Naar Boven