Hip Chili en magisch Paaseiland

03 April 2020

Tekst en fotografie: Lieke Luxembourg & Roy Heuwer

Chili; het langste land ter wereld, land van de heerlijke wijnen (met name de Carménère), lekker eten (veel vis), het majestueuze Andesgebergte, hippe steden en bovenal supergastvrije mensen. Maar ook het land van een van de meest mysterieuze eilanden ter wereld… Paaseiland!

Santiago

Onze trip naar Chili begint in de hoofdstad Santiago, een energieke, hippe stad met levendige parken en vele gezellige straatjes en terrassen. We gaan de eerste ochtend op pad en komen er meteen achter dat we het ‘tranquilo’ (rustig aan) moeten doen. Het is januari en dus volop zomer en bloedje heet in Santiago. Bijna 40 graden en geen zuchtje wind. Wat wil je met een stad die in een vallei ligt, omringd door mooie Andes-bergtoppen? In een zijstraatje van het grote plein Plaza de Armas vinden we een lekker terras in de schaduw en nemen we een ontbijtje. Na het ontbijt voelen we ons sterk genoeg om de heuvel van het stadspark Santa Lucia te beklimmen. Dat wil zeggen, we nemen de (gratis) stadslift omhoog en lopen naar beneden. De top van de heuvel geeft een supermooi uitzicht over het hele centrum. Via museum Bellas Artes vervolgen we onze looproute naar de Mercado Central; een grote markthal waar dagelijks verse vis wordt verkocht en genuttigd. Hier eten we onze eerste ceviche in Chili, verse witvis met stukjes mango, yum! Na de lunch doen we zoals de Chilenen doen en nemen een korte siësta.

We hebben gehoord dat Osaka een van de beste sushi- restaurants van de stad is, dus die staat op ons lijstje voor de eerste avond. Dit restaurant maakt deel uit van het mooie W Hotel. Eenmaal aangekomen besluiten we eerst het dakterras van het hotel te bezoeken. Wauw! Het dakterras (met zwembad) biedt een spectaculair uitzicht over de hele stad. We besluiten hier te blijven om van de zonsondergang te genieten. Een uurtje later en tientallen foto’s rijker gaan we naar beneden, we willen tenslotte naar Osaka. We hebben geen reservering maar kunnen gelukkig nog een plekje aan de bar krijgen. Des te leuker, want zo kunnen we van de kookkunsten van de sushi-chefs genieten. We zijn grote sushi-fans, en ik kan je zeggen, Osaka is absoluut een van de beste sushi-restaurants waar we ooit zijn geweest! Niet alleen is de presentatie geweldig, maar de vis is heel vers (waarschijnlijk van de Mercado Central) en de combinaties van smaken zijn bijzonder lekker.

De volgende dag brengen we een bezoek aan het museum van de mensenrechten, Museo de la Memoria y los Derechos Humanos. Het museum is opgericht ter nagedachtenis aan de tienduizenden slachtoffers die tijdens het dictatuur van Pinochet in de jaren ‘70-’80 zijn verdwenen en omgebracht. De tentoonstelling is heel heftig en maakt behoorlijk wat indruk op ons. Als je de verdrietige tekeningen van kinderen ziet die mid jaren ‘80 zijn getekend, dan zet je dat wel echt aan het denken. Dat is nog maar zo kort geleden en wij waren toen zelf ook kinderen. Mijn tekeningen waren vroeger heel anders...

Voor de lunch halen we op aanraden van een kennis een sandwich ‘lomito completo con palta’ bij Fuente Alemana; een begrip in Santiago. Het broodje bestaat uit veel varkensvlees, veel avocado en heel veel mayonaise. Erg lekker, maar waarschijnlijk ook zo’n 2000 calorieën. Gelukkig hadden we de tip gekregen dat één broodje genoeg is voor twee en hebben we hem samen gedeeld. De rest van de middag en avond brengen we door in de wijk Barra Bellavista; een hippe wijk met veel restaurants, barretjes en tevens Cerro San Cristobal, de hoogste heuvel van de stad. Om op de top van de heuvel te komen, moet je met een soort treintje omhoog. Als haringen in een ton worden we met tientallen toeristen in een cabine op rails naar boven gehesen. Maar eenmaal boven aangekomen heb je een fantastisch 360-graden uitzicht over de hele stad. Wederom wauw!

Valparaiso
De volgende dag halen we een huurauto op en beginnen aan onze mini-roadtrip naar het kustplaatsje Valparaiso. Met een klein omweggetje gaan we eerst naar het wijnhuis Concha y Toro, een van de grootste wijnhuizen van Chili met 6 wijnmerken, waaronder Casillero del Diablo. De meeste Albert Heijn-gangers zullen dit wijnmerk wel kennen, en zo niet, dan is het een absolute aanrader. Met name de Carménère is heerlijk. Na een bezoek aan het wijnhuis en een lekkere lunch met uitzicht op de wijnvelden rijden we door naar de kust naar Valparaiso, slechts twee uur rijden van Santiago.

De stad Valparaiso is gebouwd op 47 heuvels en staat vooral bekend om de prachtig gekleurde huizen in pasteltinten die tegen de bergen aan gebouwd zijn. Boven op iedere heuvel vind je een wijk met elk een eigen karakter, van hippie tot yuppie, van chic tot studentikoos. De wijken zijn met elkaar verbonden door meerdere kabelliften waarbij je in een cabine naar de top of de voet van een heuvel gebracht wordt, een belevenis op zich! We verblijven in een knusse Bed & Breakfast (Hotel Montealegre) op een van de vele heuvels met vanuit ons kamertje een spectaculair uitzicht over de stad en de oceaan. Heuvels en uitzichten beginnen langzamerhand thema’s van deze reis te worden. We gaan op pad en lopen via kronkelende straatjes ‘onze’ heuvel naar beneden totdat we bij een eerste kabellift komen. Steil omlaag gaat deze via een rails naar het benedengedeelte van het centrum waar we juist weer een lift naar boven moeten nemen om in de wijk Cerro Concepcion uit te komen. Deze wijk bulkt van de gezellige koffiebarretjes, ijszaken en restaurants, een heerlijke plek om de middag en avond door te brengen.

De volgende dag maken we een grote wandelroute door het centrum waarbij we zoveel mogelijk gebruik maken van de kabelliften, wat behalve leuk ook noodzaak is. De liften zijn tegenwoordig overigens door UNESCO beschermd en ondersteund. Als passagier betaal je een paar peso’s om naar boven of beneden te gaan en vaak kun je ook nog een leuk praatje maken met de altijd vriendelijke Chilenen. De straten van Valparaiso vormen één groot openluchtmuseum waarbij je slentert langs honderden gekleurde huizen - de een nog bijzonderder dan de ander - kunstprojecten, street-art, pittoreske steegjes, beschilderde ‘walkways’, steile trappen en heel veel restaurants en cafeetjes met terrassen die een
adembenemend uitzicht bieden over de stad. Bij een van deze restaurants, Fauna Hotel & Restaurant, genieten wij van een heerlijke seafood-risotto en prachtige zonsondergang en verheugen we ons alvast op de tweede helft van ons avontuur… Paaseiland!



Paaseiland
De Lonely Planet beschrijft Paaseiland als “intrigerend en magisch, bijna buitenaards”. Dit meest geïsoleerde eiland ter wereld (3700 km van Chili en 4000 km van Tahiti) midden in de Pacific Ocean leek ons heel bijzonder om eens te bezoeken en dus vliegen we van Santiago naar Hanga Roa, het hoofdplaatsje (en enige dorp) van Paaseiland. Een stipje in de oceaan wordt steeds groter en uiteindelijk landen we op een mini- vliegveld met mega landingsbaan. We verblijven in Guesthouse Chez Jerome en onze host Jerome himself, een vriendelijke Fransman, staat ons al op te wachten en hangt een bloemenkrans om onze nek als welkom. Tijdens een eerste rondje door het dorp in het busje van Jerome kijken we onze ogen uit. Palmbomen, hoge vulkanen op de achtergrond, tropische temperaturen en een gezellig Polynesisch sfeertje dat ons doet denken aan Hawaii maar dan minder toeristisch en veel kneuteriger. We spotten zelfs al meteen onze eerste ‘moai’, de bizar grote stenen beelden waar Paaseiland bekend om staat. Wat gaaf!

Paaseiland is maar klein (ongeveer de grootte van Texel, met slechts 5000 inwoners), dus we besluiten de eerste dag te voet op pad te gaan en beklimmen de Rano Kau-vulkaan. Na een flinke klim door bossen en velden vol koeien komen we op de top aan, zo ontzettend mooi! Een grote krater met een meer erin en een adembenemend uitzicht over het hele eiland. Als je hier om je heen kijkt, heb je pas echt in de gaten dat je in ‘the middle of nowhere’ bent op een klein eiland midden in een gigantische oceaan.

De volgende dag werd onze huurauto afgeleverd, een stoere witte jeep. Er is maar één hoofdweg op het eiland die verhard is maar ook veel ‘dirt roads’, dus een jeep is wel een aanrader. Je kunt in een dag een rondje eiland doen waarbij je alle ‘moai sites’ kunt bezoeken. We gingen de eerste dag op pad met een gids die ontzettend veel wist over de geweldig interessante geschiedenis van het eiland. Het grootste raadsel is natuurlijk waarom de vroegere eilandbewoners die vreemde grote beelden maakten, wat ze betekenden, hoe ze over het eiland vervoerd zijn en waarom ze vervolgens bijna allemaal zijn omgevallen of omgeduwd.

Moai
Er zijn vele theorieën over, maar volgens de huidige wetenschap waren de moai ‘beschermheiligen’ of afbeeldingen van stamhoofden. Ze werden gemaakt in een steengroeve aan de rand van een vulkaan en waren 2 tot wel 15 meter hoog. Vanuit de groeve werden ze het hele eiland over getransporteerd en geplaatst op stenen altaren (ahu). De meningen zijn nog steeds verdeeld over hoe de beelden vervoerd zijn, liggend op rollende boomstammen of staand met touwen voortgetrokken. Er zijn veel aanwijzingen voor die laatste optie, waarbij de beelden staand werden voortgetrokken; linkerkant voor, rechterkant voor, waardoor het leek alsof ze door het landschap ‘liepen’. Bizar idee dat deze gigantische beelden soms wel 20 kilometer over het eiland werden vervoerd. Toen de Europese ontdekkingsreizigers op Paaseiland aankwamen, lagen alle beelden in puin op de grond. Wetenschappers vermoeden dat de beelden tijdens een stammenoorlog zijn omgeduwd vanwege hun symbolische waarde of dat de beelden zijn omgevallen of verwoest door aardbevingen en tsunami’s. In de jaren ‘90 heeft de overheid in samenwerking met UNESCO een aantal altaren met moai heropgebouwd waardoor er nu 6 plekken op het eiland zijn waar je weer van de schoonheid van deze bijzondere beelden kunt genieten.

Natuurlijk zijn het de moai die Paaseiland zo bijzonder maken, maar het is ook een superfijn eiland om te verblijven. Glooiende groene heuvels vol met wilde paarden en koeien worden afgewisseld door zwarte vulkanische stranden, grotten met muurschilderingen en relaxte strandjes waar je kunt snorkelen tussen prachtig gekleurde koraalriffen. Hanga Roa heeft een gezellig centrum met leuke winkeltjes en een aantal sfeervolle restaurants. Onze favorieten waren Tataku Vave (direct aan het water, relaxte sfeer en ceviche ‘to die for’) en Haka Honu (gezellig restaurantje met local’s favorites zoals Kana Kana; gegrilde vis met papaya chutney). Het is dat Paaseiland aan de andere kant van de wereld ligt, anders zouden we zeker vaker terugkomen. Voor nu was het een heel bijzondere droom die uitkwam.

Tips
In totaal zijn we drie dagen met onze jeep op pad gegaan om alle sites uitgebreid te bezoeken. De sites die je zeker niet mag missen (ze hebben allemaal ingewikkelde Polynesische namen):
- Ahu Vai Uri: Een altaar met 5 moai die de haven van het dorp Hanga Roa beschermen.
- Ahu Tahai: De enige moai die witte ogen heeft (ze weten niet zeker of alle moai vroeger witte ogen hadden of dat ze alleen in het hoofd werden geplaatst bij festiviteiten).
- Vaihu: Groot platform met omgevallen moai in hun originele staat.
- Tongariki: Altaar met 15 moai, de grootste van het eiland. Echt fantastisch!
- Anakena: Prachtig wit palmenstrand met een altaar met 7 moai erop. Dit is ook een heerlijk strand om een dagje te vertoeven met hagelwit zand, een helderblauwe zee en gezellige strandtentjes.
- Rano Raraku: De steengroeve waar de beelden werden gemaakt, ook wel de geboorteplaats van de moai genoemd. Tegen de berg op vind je moai die nog maar half klaar zijn, staand, liggend, tot aan hun nek ingegraven, meer dan 200 moai in totaal, heel indrukwekkend!

 

 

Deel dit:


Travel Counsellors helpt dagelijks tientallen mensen met het creëren van reiservaringen om nooit te vergeten. Welke bestemming u ook in gedachten heeft, uw Travel Counsellor denkt graag met u mee.
Vind uw Travel Counsellor
Terug Naar Boven