Bali rondreis
Bali is zóveel meer dan alleen strand en smoothie bowls. Eindeloze trappen naar verborgen watervallen, prachtige stranden, rijstterrassen in vijftig tinten groen, fietsen langs dorpjes, vulkanen bij zonsopgang en accommodaties waar je mond van openvalt
Luwak-koffie, rijstterrassen & de dag van de watervallen
We starten met een volle dag toeren met onze chauffeur/gids Wayan. De eerste stop is een Luwak coffee plantation. Klinkt chic, tot je hoort hoe het werkt: de katachtige luwak eet rijpe koffiebessen, verteert ze… en poept de bonen weer uit. Daar wordt dan de beroemde koffie van gemaakt.
Daarna door naar de rijstvelden van Tegallalang. Ondanks de drukte op de weg is het hier heerlijk rustig. We wandelen tussen de terrassen, maken foto’s en gaan zelfs op de Sky Bike, wiebelend boven de rijstvelden. De beroemde swings laten we dit keer aan ons voorbijgaan: geen lange jurken en windmachines voor ons vandaag.
De route gaat verder naar Tirta Empul, de hindoeïstische tempel met heilige bronnen waar locals zich ritueel laten reinigen. Het is opvallend rustig en sfeervol, maar met 29 graden en een zweterig gevoel slaan we het water dit keer over.
Tot slot bezoeken we Tegenungan Waterfall: een prachtige waterval omringd door groen. Na een trap naar beneden kun je hier het water in voor verkoeling en is er een leuke club in de buurt voor een drankje. Terug in onze accommodatie sluiten we de dag af met eten én een traditionele Balinese dansshow.

De volgende dag wordt officieel omgedoopt tot “de dag van de watervallen”
Tukad Cepung Waterfall
Via trappen en rotsen lopen we een kloof in, waar het zonlicht door het dak van
de grot naar binnen valt. Het resultaat: een magische lichtbundel op de
waterval, perfect voor foto’s. Lokale jongens verdienen hier hun brood als
fotograaf, dus we laten ons gewillig in allerlei poses zetten.
Tibumana Waterfall
Via schattige bruggetjes kom je bij een brede, rechte waterval met een
natuurlijk zwembad ervoor. Rustig, groen en sereen.
Kanto Lampo Waterfall
De Instagram-favoriet. Een terrasvormige waterval waar modellen in perfecte
bikini’s poseren, met haren en waterdruppels die ogenschijnlijk “on cue”
vallen. Wij kijken vooral toe, zeer bewust van ons “natgeregende
toerist”-gehalte.
Na al dat water duiken we een club in met zwembad en uitzicht op rijstvelden. Met loempia’s en een drankje tanken we weer energie bij. Daarna rijden we naar Kayon Jungle Resort bij Ubud. Als we aankomen valt onze mond open: meervoudige infinity pools, uitzicht op de jungle en een setting die zo uit een glossy magazine lijkt te komen.

Fietsen, dorpjes & de mooiste ridge walk van Ubud
De volgende ochtend haalt Wayan ons op voor een fietstocht door de rijstvelden. Het landschap is intens groen, met rustige paadjes en vriendelijke dorpelingen. We eindigen bij een typisch Balinees huis, met toegangspoort, binnenplaats en tempel. Meerdere gezinnen delen hier de ruimte. De vrouw des huizes kookt een heerlijke lunch: simpel, lokaal en zó smaakvol.
Later doen we de Campuhan Ridge Walk, een gratis en verhard wandelpad over een groene bergkam bij Ubud. Ongeveer twee kilometer enkele reis, langs yoga-spots, kleine winkeltjes en koffietentjes.
Dan is het tijd voor zee-avontuur: de fast boat naar Nusa Penida. Stuiterend over de golven vraag ik me af waarom ik dit ook alweer vrijwillig doe, maar een uur later komen we aan en staat de transfer klaar.
Bij de receptie ontstaat lichte paniek: vier medewerkers, veel telefoontjes, onze naam drie keer herhaald… en dan de conclusie: verkeerde datum geboekt. Oeps.
Maar dit is Bali, dus na een paar “no problem” glimlachen staat er ineens een villa met privézwembad voor ons klaar als upgrade. Binnen no-time zijn we veranderd in mensen die doen alsof dit volkomen normaal is.
’s Avonds wandelen we naar Secret Penida, een gezellige bar met fenomenaal uitzicht. Dan valt de stroom op het hele eiland uit. Alles donker… behalve ons hotel, dat dankzij een generator straalt als een vuurtoren. Even voelt het alsof we in een eigen kleine oase wonen. Later floept alles weer aan en proosten we op een dag vol misverstanden, luxe en kleine eilandwonderen.
Scooterdagen, kliffen & T-Rex-rotsen
De volgende ochtend gaan we achterop de scooter op avontuur, gewapend met zonnebrand en zitvlees.
Diamond Beach: een spectaculair strand met helderblauwe zee en witte kliffen. De golven zijn te wild om te zwemmen, maar het uitzicht is adembenemend. Via een steile trap uitgehouwen in de rotsen loop je naar beneden.
Atuh Beach: om de hoek, rustiger en wél geschikt om de zee in te gaan.
Later stoppen we bij Kelingking Beach, beroemd om zijn T-Rex-vormige klif. De afdaling is extreem steil en ongelijk. Bij 32 graden en volle zon zeggen onze knieën “nee”. We blijven boven en genieten van het uitzicht, samen met vele andere “verstandige” reizigers.
Na genoeg hobbelkilometers op de scooter is de maat vol. Terug naar onze villa, stof van ons afspoelen in het privézwembad en ’s avonds wéér heerlijk eten bij Secret Penida.
Regen, jungle & infinity pools in Munduk
Na een regenachtige nacht nemen we de fast boat terug en worden we opgehaald door Ketut. Hij brengt ons naar Munduk Moding Plantation, verscholen tussen koffieplanten, jungle en exotische tuinen.
Het uitzicht is er normaal gesproken spectaculair, maar wij krijgen de volledige regenseizoen-ervaring: wolken, stortregen en mist. Gelukkig is het resort zo mooi dat je bijna vergeet dat je weinig ziet: overal bamboe en groen, twee infinity pools, bubbelbad, spa, twee restaurants en een hele reeks inbegrepen activiteiten zoals koffieplantagetours, creatieve workshops en danslessen.
De volgende ochtend is het helder en maken we snel foto’s. Daarna staat de Tamblingan trekking op het programma: zo’n 10 kilometer door tropisch regenwoud, mét waarschuwing voor bloedzuigers. Lange broek, hoge sokken: check. Het pad is glibberig, wat ik dramatisch illustreer met een elegante glijpartij.
Aan het einde stappen we in een kano om het meer over te steken, precies op tijd voordat de regen weer losbarst. Terug in het hotel duikt Harry het bubbelbad in, ik kies voor een boek en een dekentje. Later op de dag bezoeken we nog de Banyumala- en Red Coral-waterval: prachtige plekken, relatief rustig en weer goed voor een flinke portie trappen. Bali houdt van hoogtemeters.
Tempels, rijstterrassen & regenpauze met loempia’s
De dag erna nemen we afscheid van Munduk en rijden naar Pura Ulun Danu bij het Beratan-meer: de iconische tempel die op het water lijkt te drijven. De setting is sprookjesachtig, maar daaromheen voelt het een beetje als een Balinese versie van de Efteling, compleet met fonteinen, dierenfoto’s en kleurrijke decorstukken.
Daarna door naar de Jatiluwih Rice Terraces: eindeloze groene terrassen die tot de mooiste van Bali behoren. We besluiten stoer de lange route van 5,5 kilometer te doen, maar onweer dwingt ons tot een iets korter rondje. Uiteindelijk zitten we onder een afdakje met een ijskoude Bintang en loempia’s, terwijl de regen met bakken uit de hemel komt. Zo nat en voldaan kun je je bijna niet meer voelen.
’s Avonds overnachten we in Jagus Bati, omgeven door jungle en krekels, in een bungalow met balkon. Rustig, groen en het perfecte opstapje voor het volgende avontuur.
Midden in de nacht Mount Batur op: berggeiten in disguise
Wie zet er zijn wekker op vakantie om 02.30 uur? Wij. Voor de zonsopgang op Mount Batur. Met hoofdlampje, slaperige ogen en veel goede wil klimmen we over steile, rotsachtige paden omhoog. Soms vraag je je af of dit nog een pad is of gewoon een verzameling stenen.
Maar boven… wauw. De lucht kleurt langzaam oranje, de contouren van Mount Rinjani (Lombok), Mount Agung en Mount Abang tekenen zich af. De vroegte, de inspanning, het zweet: alles is in één keer vergeten.
Het ontbijt op de top is eenvoudig maar perfect: brood met banaan, een eitje, nog een banaan en koffie. Onze gids had verwacht dat we pas om 08.00 uur beneden zouden zijn, maar om 07.17 staan we alweer bij de auto. Blijkbaar zijn we berggeiten in disguise.
Daarna relaxen in de hotsprings. Helaas hebben we per ongeluk de versie met waterglijbanen, kinderrumoer en paarse olifanten gekozen. Niet bepaald het zen-spa-moment dat we voor ogen hadden, maar het warme water doet wonderen. Terug bij het hotel is het alleen nog maar zwembad, cocktail en massage. Meer heb je na zo’n nachtelijke klim niet nodig.

Tempelpoorten, fotoplekken & afscheid in Sidemen
De beroemde Lempuyang-tempel staat bij velen bovenaan het lijstje, maar uren in de rij staan voor één “Gate of Heaven”-foto zien we niet zitten. Gelukkig kent onze chauffeur een stiller alternatief, met uitzicht op Mount Agung als de wolken meewerken. Met slechts twee mensen voor ons worden we door een lokale “fotograaf” in perfect Instagram-formaat gezet.
Daarna naar Tirta Gangga, ooit het koninklijke badcomplex, nu een fotogenieke tuin met stapstenen in het water en hongerige vissen die om voer vragen. Mooi, maar ook hier dat Efteling-gevoel: sprookjesachtig, maar druk en een tikje over-the-top.
We lunchen samen met onze chauffeur – het is tenslotte zijn laatste dag met ons – en reizen door naar Sidemen, een rustiger gebied vol rijstterrassen. Hier voel je het Bali van ansichtkaarten: groen, stil en authentiek.
Sidemen, weverij & laatste duik
Op onze laatste dag op Bali bezoeken we een weverij. Het is indrukwekkend hoeveel werk er in één sarong gaat: draad na draad, ritme, concentratie. Het zet je weer met beide benen op de grond.
Buiten loopt de temperatuur op, dus daarna is het tijd voor pure ontspanning: ligbed, infinity pool, laatste zonnestralen en nog één keer dat uitzicht in je opnemen.
’s Avonds pakken we de koffers. Ze zijn te vol, onze huid iets te rood en de camera (of telefoon) staat vol herinneringen. Met een mix van dankbaarheid en lichte weemoed zeggen we:
Selamat tinggal, Bali – het was heerlijk.