Mabuhay! Filipijnen
by Ronald Hovens
Ronald & Helena bezochten dit keer de Filipijnen. Ze schreven dit mooie verslag. Reis je met ze mee? Wil je zelf ook zo’n reis maken? Neem dan contact met mij op voor meer informatie.
Filipijnen – van voorstress naar ‘Mabuhay!’
Soms begint een reis niet bij aankomst, maar al bij de eerste onverwachte wending. In ons geval: een last-minute switch van Qatar Airways naar Cathay Pacific door de onrust in het Midden-Oosten. De voorpret maakte heel even plaats voor twijfel over doorgang, maar daarna kwam het besef: we gaan écht. Een voorovernachting bij Schiphol, een persoonlijk record door de controles en ineens was daar dat moment waarop je voelt dat het avontuur al loopt, nog vóór je het land hebt gezien.
Manila verwelkomde ons zoals alleen een grote stad dat kan: druk, warm en meteen vol verhalen. Natuurlijk kwamen onze koffers als laatste, alsof ze ook even moesten landen. Paspoortformaliteiten, een e-sim die dwarsligt, lunchen op een tijdstip dat voor ons lichaam midden in de nacht is—en toch: alles stond op z’n plek. Het was Holy Week, waardoor veel gesloten was, maar dat gaf de stad juist een soort rustige pauzestand. En toen zagen we hem: onze eerste jeepney. Kleurrijk, iconisch, het symbool van het straatbeeld—ooit gebouwd op achtergelaten Amerikaanse jeeps uit de Tweede Wereldoorlog en nu een rijdend kunstwerk. De Filipijnen lieten meteen zien: dit land draagt geschiedenis, maar leeft in kleur.
Met een gids wordt een stad anders. Je kijkt niet alleen, je begrijpt ook meer van wat je ziet. We reden langs de American Cemetery, door Rizal Park en Intramuros—de stad binnen de muren. We lunchten bij Barbara’s, waar Ronald zich heldhaftig door gerechten heen werkte die je óf meteen omarmt óf nooit meer vergeet. Daarna volgden Casa Manila, Fort Santiago en Chinatown, de oudste ter wereld. En ergens tussen al die indrukken door gebeurde iets onverwachts: wij bleken zelf ook een attractie. Mensen wilden met ons op de foto. Tegelijkertijd was er ook de andere kant van de stad: jonge meisjes die bedelen, verhalen die je niet eens durft uit te tekenen in je hoofd. Het contrast kwam binnen, juist omdat het zo dicht naast elkaar bestaat. We sloten de dag af met een praatje bij vrijwilligers van het Rode Kruis waar Ronald zelf vrijwilliger is en waar de warmte en vriendelijkheid van de mensen bijna vanzelfsprekend voelde.

En toen… ging de wekker belachelijk vroeg: op naar Mount Pinatubo. “Mabuhay,” zeiden we tegen onszelf. Lang en gelukkig leven—ook als je om 01.30 uur moet vertrekken.
Mount Pinatubo werd uiteindelijk vooral een dag vol avontuur. Na een uitdagende rit naar het startpunt en een hobbelige tocht in een oude 4x4 voelden we des te meer hoe bijzonder deze plek is. De tocht zelf was goed te doen, langs allerlei feestelijke barbeque-tentjes , maar eenmaal bij de krater bleek het de moeite waard: het uitzicht op het kratermeer was indrukwekkend.

Na de hectiek voelde Coron als een diepe uitademing. Een kort vluchtje en ineens stonden we bij een accommodatie met uitzicht op zee en een zonsondergang die alles zacht maakte. Happy hour, een tuktuk naar Coron Town, lokaal eten, wat rondstruinen—en dan dat grappige besef dat afdingen een cultuur op zichzelf is. Maar vooral: we aardden hier meteen.
En toen kwam het water. Dagen waarop je ’s ochtends opstapt met een groep (waarbij wij automatisch tot de “oudjes” werden gebombardeerd) en je vervolgens van parel naar parel vaart. Siete Pecados met een onderwaterwereld waar Nemo zich prima thuis zou voelen. Pukaway Cave, afdalen en zwemmen in minder zout water. Kayangan Lake, Barracuda Lake, Banol Beach voor lunch—en daarna nóg meer: Skeleton Wreck en de Twin Lagoons. De zee was hier geen decor, maar een complete wereld. En wij dobberden er middenin, met kuiten van beton van het flipperen en een hoofd vol indrukken. De dagen eindigden met die zonsondergangen waarbij je denkt: oké, dit is waarom we hier zijn.
El Nido begon als een avontuur dat
je niemand gunt, maar later wél lachend vertelt. Op de luchthaven van Coron
kwam Ronald in actie toen iemand zich niet goed voelde—trotsmomentje.
Daarna:
vertraging, gedoe, en uiteindelijk de mededeling dat het vliegtuig “te zwaar”
was.
Aankomst in El Nido: geen koffers. Onze spullen stonden 500 kilometer
verderop, keurig te volgen via AirTags—alsof dat de situatie minder absurd
maakte.
En dan zit je ineens op een privé-eiland zonder winkel, zonder
zonnebrand, zonder zwemkleding, en met het vooruitzicht om twee dagen in
hetzelfde zwetende outfit te leven.
Toch kantelde het gevoel: we zaten op een
plek die bijna te mooi is om echt te zijn.
Toen de koffers uiteindelijk bezorgd
werden, konden we pas echt landen.
Een relaxdag bij het zwembad met uitzicht op
zee, en daarna een privé speedboot langs de Big Lagoon, Secret Lagoon,
Shimizu
Island en Snake Island. Kristalhelder water, snorkelen op plekken die je
netvlies lijken te herprogrammeren, en dat ultieme vakantiegevoel van “alles is
geregeld, jij hoeft alleen maar te kijken.”

Bohol gaf de reis weer een andere toon: iets groener, iets rustiger, met vleugjes cultuur.
We bezochten de Baclayon-kerk (respect betekent bedekken, zelfs in de hitte), zagen drie tarsiers in het sanctuary in Corella—mini-aapjes met ogen groter dan hun hersenen—en stonden bij de Chocolate Hills. We lunchten op een BBQ-boot op de Loboc-rivier met lokaal eten en muziek, terwijl oma compleet losging.
En toen werd het ook nog een verjaardag op reis: wakker worden met kaartjes en cadeautjes, toegezongen worden bij het ontbijt met een chocoladebrownietaart, een massage met z’n tweeën en als kers op de taart private dining op het strand. Soms zijn het niet de grote highlights, maar precies dit soort dagen die je later het vaakst terughaalt.

Cebu (Badian) werd onze zachte
landing richting het einde.
Met de ferry van Bohol naar Cebu, door Cebu
City—een enorme stad waar je langzaam doorheen beweegt terwijl het straatleven
aan je voorbijtrekt—en daarna naar Badian.
We regelden een upgrade naar een
poolvilla, genoten van rust, zonsopgangen, massages, cocktails en het simpele
geluk van “even niets hoeven.”
De plannen waren minimaal, de ontspanning
maximaal.

Terug in Manila merkten we hoe
reizen ook verandert met de jaren: een fijne airco, een goede douche en een
ontbijt waar je u tegen zegt kunnen ineens voelen als luxe van het hoogste
niveau.
We liepen opnieuw door Intramuros, maar met bijna 38 graden was het
achter de muren nauwelijks te doen.
En onderweg werden we weer geconfronteerd
met de rauwe werkelijkheid van armoede—mensen die zichtbaar aan de randen van
het bestaan leven. Het is het soort indruk dat niet verdwijnt in je
fotorolletje, maar blijft hangen vanbinnen.
We vluchtten naar koelte in de
Glorietta Mall, struinden over een markt, ontdekten per ongeluk een leuke food
market en eindigden waar je op reis soms het liefst eindigt: bij het zwembad,
met een drankje, en de wetenschap dat je deze weken meeneemt in je lijf.
Gym,
massage, mani en pedi, koffers inpakken—en dan de terugweg.
Ontspannen
afsluiten, alsof de Filipijnen ons nog één keer wilden leren: ademhalen, en dan
pas gaan.
Mabuhay. Misschien is dat wel de
beste samenvatting:
een reis vol warmte, verrassingen, water en
menselijkheid—met precies genoeg avontuur om het leven weer even extra te laten
voelen.