Als gezin op avontuur: onze rondreis door Mexico
Drie weken, bijna 1.500 kilometer, één land en ontelbaar veel herinneringen. Onze rondreis door Mexico was geen standaard zonvakantie, maar een afwisselend avontuur vol natuur, cultuur, kleine en grote momenten. Een reis die ons als gezin dichter bij elkaar bracht en liet zien hoe rijk, rauw en prachtig dit land is.

Na een nacht bij de luchthavenhotel en de eerste Mexicaanse indrukken, begon onze reis écht op Isla Mujeres. Met de ferry vanuit Puerto Juárez voeren we in een klein half uurtje naar het eiland. De toon werd onderweg meteen gezet: zon op ons gezicht, wind door onze haren en een man met saxofoon die de boot vulde met muziek. Vakantiemodus: aan. Ons hotel bleek een heerlijk relaxte plek, met zwembad en strand in de buurt. We landden rustig: een beetje zwemmen, Dos Equis in de hand, lunchen in de schaduw en ’s avonds in slaap vallen met het geluid van de zee op de achtergrond. Een van de eerste bijzondere ontmoetingen hadden we direct voor de deur: op het strand bleken verschillende schildpaddennesten te liggen. We spraken met een bioloog die ons vertelde dat we pal naast een belangrijke broedplek voor zeeschildpadden verbleven. Het idee dat onder het zand nieuw leven lag te wachten, maakte het strand ineens veel meer dan “een mooi plaatje”.
Eén van de meest indrukwekkende dagen van de reis was onze snorkelexcursie met walvishaaien. Met een kleine boot voeren we zo’n 40 kilometer de open zee op. De tactiek van de crew: later vertrekken, zodat de meeste boten alweer terugkeren als wij aankomen. En dat werkte. Op een gegeven moment zwommen er meerdere walvishaaien om ons heen. Het eerste moment dat je het water in springt en naast zo’n enorme, maar vredige reus drijft, vergeet je nooit meer. Walvishaaien zijn de grootste vissen ter wereld, maar eten alleen plankton en kleine visjes. Terwijl ze rustig door het water glijden, snorkel je naast hen, je voelt je zó klein en tegelijk ongelofelijk bevoorrecht. Alsof dat nog niet bijzonder genoeg was, passeerden er ook nog mantaroggen en zagen we op de terugweg dolfijnen en een reuzenschildpad. Het voelde alsof we in onze eigen natuurdocumentaire speelden.
Na Isla Mujeres verruilden we het eilandleven voor de jungle bij Akumal. Via de hoofdweg reden we zuidwaarts en sloegen uiteindelijk een zand- en grindpad in dat diep de jungle in leidde. Daar lag onze ecolodge, verscholen tussen de bomen. Ons verblijf heette de “Organic Dome” en leek nog het meest op een smurfenhuisje: rond, sprookjesachtig en helemaal opgaand in het groen. Overdag doken we in het zwembad om af te koelen in de drukkende junglehitte. ’s Avonds maakten we een borrelplank van allerlei kleine hapjes. Terwijl we onder de gezamenlijke overkapping zaten, trok de lucht dicht. Eerst een briesje, dan wat druppels, en niet veel later barstte er een waanzinnig tropisch onweer los. Toen we teruggingen naar ons huisje, bleek dat de regen zijn weg naar binnen had gevonden: ons bed was nat en dat van de kinderen ook. Geen idyllische nacht, wel een verhaal voor later. We schoven, droogden, lachten er ook een beetje om en besloten creatief te puzzelen met de slaapplekken. Zo werd onze “perfecte” junglenacht er een met randen en rafels, precies zoals reizen óók kan zijn. De volgende dag stond een heel ander soort beleving op de planning: snorkelen met schildpadden. Vanaf het strand van Akumal liepen we met gids het water in. Binnen een paar minuten zweefden de eerste schildpadden onder ons door, rustig grazend op de zeebodem. We dreven stil mee, met gepaste afstand. De kalmte van de dieren werkte aanstekelijk. Geen spektakel, geen haast, alleen de zachte beweging van vinnen en het ritme van de zee.
In de jungle beleefden we nog een intens moment: een temazcal-ceremonie. In een koepelvormige hut, gevuld met hete stenen en kruidendamp, zaten we samen in het halfdonker, luisterend naar liederen en onze eigen ademhaling. Het voelde alsof we even in de buik van de aarde zaten, zowel fysiek als mentaal dicht bij elkaar. Cenotes werden al snel een rode draad door de reis. Deze met helder zoet water gevulde grotten en poelen waren voor de Maya’s heilig, omdat zij geloofden dat het ingangen naar de onderwereld waren. Tegenwoordig zijn ze prachtige plekken om te zwemmen, snorkelen en even te ontsnappen aan de hitte. Rondom Valladolid bezochten we onder andere Cenote Secreto Maya, een nog relatief onbekende cenote. Bij aankomst waren er slechts een handjevol andere bezoekers, later waren we zelfs even met z’n vieren. Een open cenote met lianen die langs de wanden naar beneden hingen en verschillende plateaus om vanaf te springen. De rust, het diepe blauwe water, de weerkaatsing van het licht: het maakte enorme indruk op ons.
In Bacalar, bekend om zijn meer met talloze blauwtinten, brachten we onze dagen door in en op het water. We sprongen vanaf de steiger, zwommen, lazen en genoten van de rust. Het hoogtepunt was een vroege kajaktocht om de zonsopkomst te zien. Hoewel we bij het wakker worden vooral een heiige, dichte nevel zagen, besloten we toch te gaan. De wereld om ons heen was stil en mysterieus, het meer een zachte grijze spiegel. De beloofde, knallende zonsopkomst bleef uit, maar het werd alsnog magisch: ontbijten in de kajak, drijvend op het water, en daarna springen vanaf de steiger in een cenote aan de rand van het meer. Niet wat we vooraf hadden bedacht, wel onvergetelijk. ’s Middags dreven we door Los Rápidos, een natuurlijke stroomversnelling waar je je door het water kunt laten meenemen om vervolgens weer terug te lopen en opnieuw te gaan. Dat laatste deden we dan ook… meerdere keren.
Mérida bood ons een ander gezicht van Mexico: een levendige, koloniale stad vol cultuur. We slenterden door het historische centrum, langs de kathedraal en over de statige Paseo de Montejo, en zochten regelmatig de koelte van cafés en het hotelzwembad op. Een van de leukste avonden brachten we door bij Mercado 60, een gezellige foodhal waar ieder zijn eigen favoriete gerecht kon kiezen en we midden op het binnenplein samen aten. In Valladolid zochten we juist het kleinere, gemoedelijke stadsgevoel op. We ontbeten in een fijne bar, dwaalden door kleurrijke straatjes, struinden langs de kerk, kochten souvenirs (waaronder een felbegeerd Mexicaans voetbaltenue) en trakteerden onszelf op ijs bij de beste ijssalon van de stad. Door de hitte waren we regelmatig doorweekt, maar dat maakte de plons in het zwembad daarna des te lekkerder.
Chichén Itzá wilden we per se op een rustige manier beleven. Daarom boekten we een hotel vlak bij de ingang en stonden we bij opening om 08.00 uur voor de poort. Zodra je het terrein oploopt, staat El Castillo, de piramide van Kukulcán, groots en indrukwekkend voor je. Met zijn 365 treden, verwijzend naar de dagen in het jaar, en de schaduwen die tijdens de equinoxen de vorm van een slang creëren, toont de tempel hoe ver de kennis van de Maya’s reikte. Toch is het niet alleen de architectuur die binnenkomt, maar vooral het besef dat hier eeuwenlang een belangrijke beschaving leefde en geloofde. Ondanks het vroege tijdstip werd het al snel zinderend heet. We maakten een ronde om de piramide, zochten de schaduw op onder de bomen en verkenden de rest van het complex. Naarmate de uren verstreken, nam de drukte toe, net als het aantal verkopers dat langs het pad stond. Iedereen met vergelijkbare souvenirs, maar allemaal afhankelijk van de stroom bezoekers om hun inkomen te verdienen. Na drie uur hielden we het voor gezien. Moe, verhit en onder de indruk doken we terug bij het hotel in het zwembad. Soms is het genoeg om te weten dat je een wereldwonder hebt gezien, zonder daar de hele dag te hoeven blijven.
Na al die indrukken trokken we naar Holbox, hét bounty-eiland van Mexico, om de reis rustig af te sluiten. Vanaf Chiquilá stapten we op de boot, lieten de auto achter en lieten ons meevoeren naar een autovrij eiland met zandwegen, street art en relaxte strandtenten. Ons appartement met dakterras en eigen zwembadje voelde als pure verwennerij. We vulden de dagen met strand, lezen, zwemmen, sapjes, niets moeten. Toen de onrust toch even toesloeg, huurden we een golfkarretje om het eiland te verkennen. We reden naar Punta Mosquito en Punta Cocos, aten ijsjes in het dorp en werden beloond met de aanblik van flamingo’s in ondiep water. ’s Avonds genoten we van happy hour op het dakterras en maakten we nog een bijzondere bioluminescence-tour, waarbij de zee in het donker oplichtte door microscopische organismen. Alsof de natuur nog één keer alles uit de kast trok voor een onvergetelijke finale.
Onze laatste nacht brachten we door in Cancún, bewust niet op dezelfde dag als de ferry en de vlucht. Het strand was door zeewier geen aanrader, maar het zwembad bood genoeg vermaak. De kinderen mochten bodyboarden proberen en waren direct verkocht, dus we boekten een mini-cursus van dertig minuten. De lach op hun gezichten toen ze hun eerste goede golf pakten, was onbetaalbaar. Na een late lunch was het tijd om ons weer in lange broeken en dichte schoenen te hijsen. Voor het eerst in drie weken voelde dat allesbehalve logisch, zeker bij 35 graden. Bezweet stapten we richting luchthaven. Eenmaal in de koele vertrekhal viel er een deken van rust over ons heen.
In drie weken tijd reden we bijna 1.500 kilometer door Mexico en reisden we door verschillende werelden: van jungle tot koloniaal stadje, van lagune tot wereldwonder, van verborgen cenote tot tropisch eiland. We hebben als gezin grenzen verlegd, samen gelachen, soms geïmproviseerd en ongelooflijk veel gezien. Het zijn niet alleen de grote hoogtepunten die blijven hangen, maar ook de kleine momenten: kaartspelletjes onder een bogengalerij terwijl de regen klettert, siësta’s in een koel hotel, ontbijtjes in lokale bars, de spanning voor de eerste sprong in een cenote, zanderige voeten in een golfkarretje, de trots van een kind in een nieuw voetbalshirt. Deze reis is een hoofdstuk geworden vol “Weet je nog in Mexico?” momenten. Een verhaal dat we met elkaar hebben geschreven en dat ons nog lang zal bijblijven. Mexico mag dan achter ons liggen, maar het gevoel van deze reis reist nog steeds met ons mee.