Asturië en Galicië: twee parels in Noord-Spanje
In de zomer van 2022 leidde een bruiloft in Galicië tot een reis die veel meer werd dan een paar vrije dagen.
Vier weken werken vanuit Asturië, gevolgd door twee weken vakantie in Galicië, bleken de ideale manier om Noord Spanje echt te leren kennen – en dat ging verrassend goed, zelfs met een dochtertje van anderhalf jaar.
Onze uitvalsbasis in Asturië was een klein appartement in de buurt van Ribadesella. Vanuit daar keken we uit op de groene bergen in het achterland en stonden we binnen enkele minuten op het strand. Het was de ideale plek om werk en ontspanning te combineren, met volop mogelijkheden voor korte uitstapjes in de omgeving.
Wat meteen opvalt in dit deel van Spanje, is hoe anders het voelt dan de bekende costa’s. Asturië, onderdeel van het zogeheten Groene Spanje, is ruig, fris en verrassend groen. Dankzij het Atlantische klimaat zijn de temperaturen er mild en is het landschap gevuld met heuvels, bossen en weidse vergezichten. Juni bleek voor ons de perfecte reistijd: aangename temperaturen, nog weinig toeristen en ideaal met een jong kind dat lekker op het strand en in zee kon spelen zonder extreme hitte.

Langs de kust wisselen kliffen, stranden en vissersdorpjes elkaar voortdurend af. Plaatsen als Lastres en Ribadesella zijn perfect voor een middag slenteren, met onderweg een stop voor verse vis of lokale tapas. En natuurlijk mag een glas cider, of sidra, niet ontbreken – dé specialiteit van Asturië, die hier nog altijd op traditionele wijze van grote hoogte wordt ingeschonken. Wat deze regio extra prettig maakt, zeker met kleine kinderen, is hoe familievriendelijk alles is ingericht. Bij vrijwel elk strand vind je gezellige chiringuitos voor een snelle snack of een koude cerveza, en vaak ook kleine speeltuintjes. Dat maakt reizen ontspannen én praktisch. Een van de meest bijzondere plekken vonden wij Playa de Cuevas del Mar, waar de zee indrukwekkende rotsformaties heeft uitgesleten tot grotten en natuurlijke tunnels. Nog unieker is Playa de Gulpiyuri, een strand dat letterlijk midden in het land ligt, zonder zichtbare verbinding met de zee. Via ondergrondse kanalen stroomt het water hier naar binnen, een bijzonder natuurfenomeen dat niet voor niets op de lijst van natuurmonumenten staat. Ook Playa de Rodiles is een aanrader: een uitgestrekt strand, omringd door pijn- en eucalyptusbossen, geliefd bij locals en surfers, met krachtige golven en een ongerept karakter.

Naast de kust mag een bezoek aan de Picos de Europa natuurlijk niet ontbreken. Dit indrukwekkende berggebied ligt op korte afstand van zee en biedt een totaal ander landschap. Als echte bergliefhebbers kozen wij voor de bekende Ruta del Cares, een spectaculaire kloofwandeling van ongeveer 11 kilometer enkele reis. Het pad slingert langs steile rotswanden en volgt de rivier de Cares, met onderweg adembenemende uitzichten. Technisch is de route niet heel zwaar, maar het is wel een wandeling waarbij je scherp moet blijven: aan de ene kant de rotswand, aan de andere kant de diepte. Juist die combinatie van ruige natuur en indrukwekkende vergezichten maakt deze tocht onvergetelijk.

Na vier weken werken was het tijd om door te reizen naar Galicië, waar we verbleven in Cangas. Dit charmante kustplaatsje, tegenover Vigo, bleek de perfecte uitvalsbasis om de regio verder te verkennen. Vanuit daar ontdekten we prachtige stranden zoals Praia de Barra en Praia de Nerga: rustig, ruim en omringd door natuur. Ook maakten we een mooie wandeling naar de vuurtoren van Faro de Punta Robaleira, waar je wordt beloond met weidse uitzichten over de Atlantische kust. Het absolute hoogtepunt was zonder twijfel een boottocht naar de Islas Cíes. Deze eilanden maken deel uit van een beschermd natuurgebied en zijn slechts beperkt toegankelijk. De combinatie van witte zandstranden, helderblauw water en ruige natuur maakt dit tot een plek die bijna on-Spaans aanvoelt, eerder Caribisch. We maakten er een prachtige wandeling over het eiland en verfrissende duik in zee.

Op de terugweg naar Nederland maakten we nog een tussenstop in San Sebastián, voor mij misschien wel de leukste stad van Europa. De combinatie van een sfeervol oud centrum, de iconische La Concha baai en de relaxte surfvibe maakt deze stad uniek. Overal zie je locals met hun surfplank richting het strand lopen, terwijl in de straatjes de pintxos bars zich aaneenrijgen. Met een glas wijn en een tafel vol pintxos blikten we terug op zes weken Noord-Spanje, en stiekem waren we het toen al eens: dit was zeker niet onze laatste keer.
Praktisch gezien is een huurauto in deze regio echt een must. Veel van de mooiste plekken liggen verspreid en zijn lastig bereikbaar met het openbaar vervoer. Met een auto heb je de vrijheid om op je eigen tempo de kust, dorpjes en natuurgebieden te ontdekken.